Torilis japonica (Houtt.) DC. 1830, Prodr. 4: 219
Gewöhnlicher Klettenkerbel
Basionym:
Caucalis japonica Houtt. 1779, Handleiding tot de Plant- en Kruidkunde 8: 42
Originalbeschreibung / original description:
"De zeldzaamheid der Kroontjesdraagende Kruiden in oostindie, doet my hier her Gewas in Plaat vertoonen, dat ik uit Japan ontvangen heb, es 't welke zekerlyk, schoon met geen der gedagte Soorten strookende, tot dit Geflagt behoort. Ik geef het derhalve den bynaam van Japansch. De Stengen van het zelve zyn rond, Hoorndoch niet hol, een weinig in de langte gegroesd en eenigszins ruuw, door kleine witte Borstel-Haairtjes; 't welk al meer en meer naar boven, tot in de kleinste Takjes, Blad- en Bloemsteeljes, wier Haairtjes zo lang als de dikte zyn, allen opwaards gestrekt zynde, plaats heest. De Steng verdeelt zig in wyd gearmte Takken, due kleiner Takjes uitgeeven, met Bloemkrrontjes. De Bladen zyn, gelyk men in de Afbeelding Plaat XLV. Fig. 1, zeer duldelyk ziet, dubbelt gevind, als zan den gemeenen Bladsteel tot vier of vyf paar Vinsteeltjes hebbende, die wederom met diep ingesneeden Vinblaadjes bezet of zelf gevind zyn, als ook van onder en van boven dergelyke witte Haairtjes nebben, et klein om in de Afbeelding gebragt te worden. Van boven zyn zy donkerer, van onderen blekker groen. Voorts hebben de Bladstelen dit byzonders, dat zy de Takken van onderen byna geheel en verder half omvatten kunnen, zynde Geutswyze daar tie tot aan de eerste Vinverdeeling gefatsoeneerd. De grootste Kroontjes bestaan uit agt Straalen of Steeljjes, waar van de buitensten wet eens zo lang zyn als de binnensten; en hebben een zogenoomd Omwindzel van vyf of zes karte Borsteljes. De kleine Krrontjes, daar de groote uit bestaan, hebben dergelyke Omwindzels, zo lang byna als hunne Straalen. Het Zaad, det eene ovaale figuur heest, versehilt byna van alle Zaaden der Krontjes-Kruiden daar in, dat deszalfs Doorntjes Haakig omgeboogen zyn, geliyk men dit by A, in zulk een Zaadje, dat viermaal in langte en dus vierenzestig maal vergroot is, kan beschouwen. Al het overige van deeze Plant is in de Natuurlyke grootte afgetekend."


Fundpunkte
Präsent im Gebiet nach Hardtke, H.-J., Ihl, A. (2000): Atlas der Farn- und Samenpflanzen Sachsens. In: Sächsisches Landesamt für Umwelt und Geologie (Hrsg.). - Materialien zu Naturschutz und Landschaftspflege.

Beleg
Noch kein eigener.